donderdag 20 december 2007

Filmjaarlijst 2007

Ik ben niet zo iemand die geniet van lijstjes maken. Veel te moeilijk en altijd te weinig informatie. Of net die ene film nog niet gezien. Waar ik wel van hou is lijstjes lezen. Niet zo zeer jaarlijstjes, maar alltime film, novels of albums. Dit alles meer als advies voor persoonlijke educatie natuurlijk.
Wat ik niet kan ontkennen is dat jaarlijks een lijstje van films bijhouden leuk is om op terug te kijken. Wellicht is het ook leuk om te lezen. Beschuldigt u mij alstublieft niet van afwezigen, want ik pink het menige traantje weg bij het gemis van een potentieel goede film.
Vergeet niet, dit zijn alleen de films die volgens Imdb in 2007 zijn uitgebracht: ik hou niet van smokkelen, noch onthoud ik wanneer sommige films eindelijk de Nederlandse bioscopen halen.


1. Sunshine Het gedachtengoed van 2001: A Space Odyssey leeft voort in Sunshine (en vorig jaar in The Fountain). De schoonheid van deze film komt niet direct naar voren in het verhaal, hoewel dat ook zijn ironie en symboliek heeft. Danny Boyles visie op de mensheid glanst in de kleine momenten, zoals het geheime streven van enkele bemanningsleden om de stervende zon in zijn volle glorie te aanschouwen. Deze dromerige toon slaat misschien om tegen het einde, maar laten we niet vergeten dat dit toch deels een eerbetoon aan 2001 is, waarin dat ook herhaaldelijk gebeurt. De wraak van Icarus die op de bemanning neerdaalt is ook niet zonder zijn symboliek en resulteert in een geweldig intens einde. Bedenk u wel, Sunshine dient gevoelt te worden en in die zin is een korte motivering al gedoemt om te falen. Toch: wie Sunshine onder zijn huid laat kruipen zal niet teleurgesteld zijn!


2. Ratatouille Het gaat ondertussen al een dik decennia slecht met Disney: Teveel zakenmensen aan het roer en te weinig creatief talent. Gelukkig is daar verandering in gekomen. Met Pixar aan het roer heeft Disney weer hoop. Ratatouille is tijdens deze wisseling van macht uitgebracht. De marketing had dan ook geen interesse in dit meesterwerk. Het verhaal laat zich niet interessant beschrijven en daar zien we dan ook geheel van af. Wel is te zeggen dat animatie met Ratatouille weer zijn soul heeft gevonden. Het ging niet alleen om mooie plaatjes of grappige karakters, maar ook nog om een goed verhaal en een goedgemaakte film. De meeste animatiefilms houden op bij een bepaald punt waar alles op het eerste gezicht goed is afgelopen. De oplettende kijker kan dan nog allerlei psychologische conflicten en relaties herkennen die vrolijk genegeerd worden. Hoe zit het namelijk met de relatie poppenspeler en pop als alleen de pop erkenning krijgt? Ratatouille gaat hier dan ook echt op in. De geweldige sfeer, de ingenieuze camerastandpunten én een opleving van non-naratieve animatie als visualisatie van de reukzin, maken Ratatouille tot de beste animatiefilm van dit jaar.


3. Zodiac Na een aantal films met zeer goede ambiance die maar net niet het predikaat haalden is dit David Fincher's eerste meesterwerk. Naast een authentieke 70's sfeer en een portret van een bezeten man is dit ook een van de weinige films die een onderzoek aanpakt zoals het werkelijk verliep. Dat wil juist niet zeggen dat de film geheel de feitelijke werkelijkheid van het Zodiac-onderzoek volgt, maar dat alle dode sporen en gedachtenkronkels even verwarrend op het scherm worden gebracht als ze zouden voorkomen aan de onderzoeker. Een andere filmmaker had die zeer waarschijnlijk weggeknipt om zijn film zo spannend mogelijk te maken. Maar spanning is niet direct waar het verhaal om gaat. Het gaat om bezeten een mysterieuze serie moorden volgen en je vastklapen aan elk vergezocht stukje bewijs, met het volle besef dat je uiteindelijk nooit zekerheid zult hebben. In die zin is Zodiac uniek en daarom zal hij de geschiedenis in gaan.


4. Sicko Sinds Farenheit 911 begint Michael Moore in herhaling te vallen. Buiten Amerika is ieder weldenkend mens er ondertussen wel van overtuigd wat voor een addergebroed George W. is. Tijd voor een ander maatschappelijk probleem in Amerika om in de schijnwerpers te zetten. Keus genoeg, maar lof voor Moore om de minder sensationalistische keuze: de gezondheidszorg. Die is immers particulier daar, net zoals in Nederland sinds kort. Alleen, in Amerika is er nooit staatszorg geweest, uit angst voor 'rode praktijken'. Al vanaf Nixon is het daar particulier. Toen hem gevraagd werd of het goed was dat een paar grote gezondheidszorgbedrijven de Amerikaanse bevolking zo min mogelijk gingen uitkeren antwoorde hij goedkeurend "Fine, fine!". Sicko is Moore op zijn meest humanitair, zonder de zinloze provocatiestunts uit zijn vroege carriëre.


5. Superbad Goede komedies maken is een uiterst delicate kunst. Ervaring is het magische woord en parodie lijdt meestal tot wanproducten. Buiten het indiecircuit is er de afgelopen jaren erbarmelijk weinig grappigs gebeurd, maar Superbad lijkt de belofte van een soort komedierenaissance. De karakters van Superbad zijn geen karikaturen van zichzelf en de humor komt vooral voort uit de samengang van een grappige situaties en de hoofdpersonen. Schrijver en Freaks & Geeks allumni Seth Rogen schrijft duidelijk uit ervaring, hij heeft zelfs een van de hoofdpersonen naar zichzelf vernoemd. Wat ook bijdraagt is de afwezigheid van al te bekende komedianten als Will Ferrell. De meeste castleden komen uit Rogens stoner vriendenclub en/of zijn ex-werknemers van producer Judd Apatow. Superbad, de eerste niet pretentieuze, niet parodierende werkelijk grappige films sinds vele jaren.


6. Planet Terror Van het Grindhouse tweeluik was Planet Terror overduidelijk de beste. Tarantino deed met Death Proof te erg zijn best om authentiek slecht te zijn terwijl Rodriguez juist een publieksvriendelijke en extreem plezierige splatter presenteerde. Ongegeneerde actie, seks en veel, veel gore. Maar dan op een manier waardoor het allemaal plezierig is om naar te kijken, in tegenstelling tot de legio Italiaanse splatters die Planet Terror tot zijn inspiratie rekent. Bruce Willis dient zich met armen en voeten aan Rodriguez vast te klampen want alleen in zijn films lijkt hij over enig talent te beschikken. Wat verder nog te zeggen? Zombies, louge gemuteerde soldaten, een vrouw met een machinegeweer ende granaatwerper als been. Ik ben overtuigt, u ook?

7. Hairspray John Waters originele Hairspray was leuk, maar als vooraanstaande bad taste-homo kon hij natuurlijk geen nee zeggen tegen een Broadway musical van zijn nog meest beleefde kindje. In broadway werd Waters verhaal gekoppeld aan een serie toepasselijke liedjes en toen dat een groot succes was volgde een remake. Een zeer geslaagde remake die, als ik eerlijk ben, op vrijwel alle vlakken beter is. John Travolta als dikke vrouw is misschien net de abstractie die het toch een Waters product maakt. Wees gewaarschuwd, 'Good Morning Baltimore' verlaat uw hoofd niet gemakkelijk.

8. Stardust Deze charmante understated sprookjeskomedie zou aanvankelijk worden geregisseerd door Terry Gilliam. Helaas heeft de beste man weinig geluk met sprookjeskomedies, dus paste hij. Misschien maar goed ook, want anders had hij zijn niche niet gevonden in iets als Tideland en was Stardust waarschijnlijk niet zo luchtig maar toch oprecht geweest. Claire Danes heeft ook weer voor het eerst sinds My So-Called Life weer een opvallende rol, als letterlijke ster.

9. Zoo Juist niet boeiend vanwege het onderwerp, namelijk mannen die seks hebben met paarden, maar vanwege de uitvoering. Totaal geen sensatielust. Wat de heren vertellen over hun angsten en de speciale relatie die ze allemaal menen te hebben is bijzaak. Ze komen nauwelijks in beeld en het had net zo goed een radioprogramma kunnen zijn. De sfeerbeelden die de documentairemakers neerzetten als poetische ondersteuning geeft de documentaire zijn plaats in deze lijst. Dit soort dingen zijn erg zeldzaam in documentaires, maar op zo'n manier wil ik het graag vaker zien. Wat voor cameraschuwe mensen kunnen nog meer gebruikt worden als excuus voor een visueel prachtige documentaire?

10. Spider-Man 3/Pirates 3
Hoewel ik niet kan kiezen tussen deze twee blockbusters heb ik me bij beide prima vermaakt. En dat kwam geenszins door de actie. Deze series zijn met veel zorg en enthousiasme gemaakt en meer dan de formulefilms waarvoor veel mensen ze afschrijven. Na deze derde delen geen garanties voor de toekomst, want de beide regisseurs hebben bedankt voor eventuele verdere vervolgen.


Speciale nominaties
Slechtste uitvoering van een potentieel leuke film: I Know Who Killed Me Complexe plotlijnen worden al snel warrig als er geen ervaren regisseur aan te pas komt. Lindsay Lohan in de hoofdrol lijkt nog een van de sterkere punten van de film (Lohan deed het ook verrassend goed in Georgia Rule), die verder vooral overloopt van ongeïnspireerde en overduidelijke kleursymboliek en teveel plottwists. Voor de bezitters van de dvd: het alternatieve einde maakt de film vele malen beter, hoewel nog altijd amateuristisch en onervaren gefabriceerd.
Beste tie-in short: Hotel Chevalier
Beste non-theatrical docu: Nazi Pop Twins De Amerikaanse fascistische poptweeling wordt geheel gestuurd door een manipulerende moeder. De filmmaker gaat de strijd aan, een zeldzame gebeurtenis in het documentairegenre.
Beste geanimeerde tv-pilot: Superjail Net zoals bij Korgoth of Barbaria is het een grove schande dat deze pilot niet direct door wordt ontwikkeld tot serie. Beide zouden eigenzinnige animatie terug op de buis brengen. Van Superjail is het onduidelijk of dat nu wel of niet gebeurt, laten we hopen van wel.
Niet eens zo slechte Disney live-action: Bridge to Terabithia
Meest tegenvallende feature docu: Earth Helaas alleen een samenvatting van de sensationele momenten uit de geweldige serie Planet Earth, waardoor het evenwicht tussen interessante informatie en prachtige beelden verdwenen is. En de ecologische boodschap ligt er wel érg dik op, veel te manipulatief voor mijn smaak.
Grootste wanproduct: Epic Movie
Nog niet gezien maar wel benieuwd:
The Darjeeling Limited, No Country For Old Men, I'm Not There, Enchanted, Control, There Will Be Blood, My Name Is Bruce, Sweeney Todd

woensdag 5 september 2007

American Astronaut


American Astronaut (2001)

'It was round, and soft.' verkondigt de jongen die ooit een glimp heeft opgevangen van een vrouwenborst aan zijn volgelingen. In de expressionistische science-fiction maar ook film-noir wereld van American Astronaut is een extreme schaarste aan vrouwen. De laatste restanten wonen op Venus en hebben maar een man nodig om hun genenpoel niet te doen verwateren. Hun laatste gelukkige man is zojuist overleden en onze amerikaanse astronaut gaat de jongen die een glimp van een vrouwenborst opving aan hen bezorgen. Dat verloopt geenzins op een normale manier, want hij wordt achtervolgd door professor Hess, die iedereen waarmee de astronaut in aanraking komt met zijn straalpistool in hoopjes zand verandert. Want: het is zijn verjaardag en niemand wil hem feliciteren of voor hem zingen.


American Astronaut is een zeldzame hybridefilm die schijnbaar onverenigbare elementen samenbrengt. Het hoge science gehalte dat gewoonlijk gepaard gaat met science-fiction wordt vervangen door stijlvolle en minimalistische zwart-wit benaderingen van planeten. Een landing op een planeet wordt een expressionistisch schaduwspel en een confrontatie op het toilet mondt uit in een musicalnummer. Op sfeervolle momenten lijkt de film ondergeschikt aan de begeleidende muziek, zoals scenewisselingen op de maat. De mate waarin dit is gestyleerd is zowel indrukwekkend als een beetje beangstigend.

Door geen gene te schroomen, maar zelfverzekerd over de top gaan schiet American Astronaut uit naar hoge cultstatus, wellicht vergezeld door de Evil Dead films. In de musicalmomenten is er onderscheid tussen retro fifties en rock and roll, twee invloeden die verrassend goed samenwerken.
In een wereld zonder vrouwen zijn ook de nodige homoerotische ondertonen, zoals een belachelijke koppeldanswedstijd in een kroeg. Professor Hess is geobsedeerd door de astronaut en uit dit in jaloerse genocie. Het surreële moment dat hij eenzaam danst door de vele hopen zand van zijn slachtoffers heeft op een verdrongen manier zijn schoonheid. Buiten al deze stijl heeft de film ook nog eens ruimte voor substance in de vorm van een van interessante platte mop waarvan je continue twijfelt aan de intentie. Is dit performance art of een domme man die zijn mop niet kan vertellen?

zondag 15 juli 2007

Disney plagieert?

Disney, ooit de trots van de traditionele animatie, is de afgelopen jaren in verval geraakt. Minder goed lopende 2D films en, in een poging Pixar te evenaren, ronduit slechte 3D films hebben een gigant op zijn knieen gebracht. In een wanhopige poging heeft Disney Pixar opgekocht, niet wetende dat Pixar CEO Steve Jobs daarna meerderheidsaandelen in Disney zou hebben. Daardoor heeft Pixar eigenlijk effectief Disney overgenomen. Hun eerste veranderingen waren het afschaffen van de goedkope sequels en het opnieuw zich richten op 2D animatie, behalve de Pixar animatieafdeling dan. De kans bestaat dat Disney weer groots gaat worden met deze creatieve kracht aan het roer.

Maar hoe groots was Disney eigenlijk? In hun begindagen ging het vooral om gigantische technische innovatie: eerste geluids animatieshorts en eerste animatieshort in kleur. Hoewel Snow White een fenomenale animatieprestatie was, was het bij lange na niet de eerste feature length animatiefilm. Later ging het vooral om steeds betere animatie, hoewel er bepaalde periodes waren waarin daarvoor geen geld was.

Disney heeft helaas in zijn historie weinig scrupules over het lenen of zelfs stelen van andermans materiaal. Dat begon al heel vroeg met de silent Alice Comedies, een serie filmpjes waarin een liveaction meisje in fantasiewerelden terrecht komt. (De Fleischer broers deden dit al veel eerder met hun Out of the Inkwell serie) Alice's partner in crime hierbij is de kat Julius, die duidelijk een kopie is van Felix the Cat, in die tijd erg populair met zijn eigen silent filmpjes.

Julius the Cat Felix the Cat
Maar daar hield het niet mee op. De bekende audiovisuele kunstenaar Oskar Fischinger creerde het abstracte Toccata and Fugue in D Minor segment van Fantasia, maar nam zijn ontslag omdat zijn werk te veel werd versimpeld. Het segment bleef in Fantasia zonder een credit voor Fischinger. Dat neemt niet weg dat Fantasia een enorme prestatie van Disney was, en een grote bijdrage aan animatie als kunstgenre. Fischinger zou ook hebben gewerkt aan het effect van de toverstaf van de Fairy in Pinocchio, wederom zonder credit.

Daarna ging het vele decennia goed - voor zover we weten - al stal Disney regelmatig van haar eigen films zoals bij 101 Dalmatians en The Aristocats.
In 1992 ging het weer mis, op een dramatische manier. Aladdin is een bijzonder goede film, zelfs voor Disney standaard in de jaren negentig. Maar de setting, een deel van het plot, de sfeer, design en een aantal karakters zijn schaamteloos gestolen van de arme Richard Williams, die al vanaf 1964 werkte aan zijn Thief and the Cobbler. In 1991 was de film nog niet af en namen Williams toenmalige financiers de film in beslag en lieten hem afmaken door een bedrijf dat snelle en simpele animatie voor de televisie deed. Natuurlijk was Disney in 1992 wel klaar met Aladdin en het misbaksel dat Thief and the Cobbler was geworden werd uitgebracht als Princess and the Cobbler en werd afgekraakt als, ironisch genoeg, een Aladdin kopie. Vorig jaar kreeg Thief and the Cobbler eindelijk een release zoals Williams het had bedoeld, door een fan gefabriceerd uit een workprint. Met de prachtige originele animatie en helaas de slechte televisieanimatie. Dit resultaat was veel artistieker dan Aladdin, maar kon duidelijk een deskundige editor gebruiken: workprints zijn namelijk een verzameling van al het materiaal voordat er wordt geknipt om tempo in het verhaal te creeren. De echte Thief and the Cobbler zullen we waarschijnlijk nooit zien, en dat is deels Disney's schuld, die de verkrachte versie opkocht om hem eigenlijk te begraven.

The Lion King, Disney's film die niet op een bestaand verhaal gebaseerd is? Helaas niet, maar dit keer zijn ze wel wat subtiele geweest door van niet westers materiaal te lenen. Alhoewel lenen? Dit geval zou in de rechtbank steek houden als plagiaat. De animeserie Janguru taitei was dit keer het slachtoffer. Janguru taitei's Engelse titel is Kimba the White Lion. Kimba is een leeuwenjong dat voortbestemd is om koning te worden. Zijn vader is door verraad om het leven gekomen, er is een irritante vogel en een eccentrieke maar wijze aap en een slechte leeuw genaamd Claw. Niet alleen het verhaal en de karakter zijn direct gekopieerd, maar ook veel van de dramatische momenten.



Meer voorbeelden
Het meest recente voorbeeld is Atlantis: The Lost Empire. Atlantis is daar een geavanceerde beschaving die in stand wordt gehouden door een zwevend kristal en beschermd door robots. De slechterik wil natuurlijk dat kristal hebben. De Studio Ghibli film Tenku no shiro Rapyuta, Laputa the Flying Island heeft datzelfde plot, alleen is het een zwevende verlaten stad die door een kristal in stand gehouden wordt. De design van de stad heeft verdacht veel weg van die van Atlantis. Ook in Laputa wordt de stad bewaakt door een aantal robots, hoewel Ghibli die heeft gebaseerd op de robot uit Le Roi et l'oiseau, The King and the Mockingbird. Maar aangezien Ghibli dat toegeeft en het meer als homage dan kapitalisatie bedoelt is het minder ernstig dan Disney die het op hun beurt weer van hen steelt. Overigens is The Iron Giant ook gebaseerd op de Ghibli adaptatie, maar ook hier geeft regisseur Brad Bird het toe.

Het gaat dus in bepaalde periodes in de geschiedenis van Disney mis. Het goede werk van Disney wordt hierdoor zeker niet teniet gedaan, maar deze informatie werpt wel een perspectief op enkele grote animatiefilms. Disney is een groot bedrijf en daarom bang voor rechtzaken, maar het zou ze goed doen om gewoon bekend te maken door wat ze zijn geispireerd. Met The Princess and the Frog en Rapunzel gaat Disney terug naar haar roots, de sprookjes. Hoe vreemd het ook klinkt was dat haar meest creatieve periode.

woensdag 27 juni 2007

River's Edge


River's Edge (1986)

Aan de rand van de rivier ligt een naakt meisje. Ze is dood, duidelijk zichtbaar aan de uitdrukking op haar gezicht. Naast haar zit haar vriend, die enige tijd geschokt over de rivier uitkijkt en daarna naar school vertrekt. Aldaar vertelt hij zijn vrienden dat hij zijn vriendin heeft gewurgt. Ze geloven hem natuurlijk niet, maar zelfs als hij ze meeneemt naar het lijk geven ze niet de verwachte reactie. Bij de meeste van tieners is zelfs sprake van een gapende afwezigheid van een reactie. Een van hen, gespeeld door een jonge Crispin Glover, raakt geobsedeerd met het helpen van de moordenaar, maar die lijkt allerminst geinteresseerd te zijn in de gevolgen van zijn daden.


De sfeer die de film uitademt doet op een bijzondere manier denken aan Twin Peaks. Maar waar Twin Peaks overloopt van theatraal acteerwerk typeert River's Edge zich vooral door de apathische reacties die de tieners hebben. Waarom, dwingt de film zijn kijkers zich af te vragen. Waar geven deze tieners eigenlijk wel om? Drugs en seks komen voorbij maar zelfs deze worden met de nodige apathie behandeld. Misschien is dit gedrag typerend voor de jaren tachtig, met hetzelfde nihilistische sfeertje dat Twin Peaks in 1990 briliant parodieert. De film herleidt dit nihilisme naar de hippiecultuur, en doet dit door te verwijzen naar Easy Rider en diens regisseur en hoofdacteur Dennis Hopper een prominente rol te geven. In de jaren zestig maakte de jeugdcultuur zich los, maar: hebben ze niet bepaalde sociale bindingen of moraliteit nodig? De dysfunctionele familie van een van de tieners wordt gebruikt als illustratie. Keanu Reeves en zijn kleine broertje krijgen slaande ruzie waarop moeder roept: 'Mooi! Dan ben ik ook niemands moeder meer, zoek het maar uit.' Het zachtaardige zusje lijdt hieronder en het kleine broertje zweert inmiddels bloedwraak en gaat op zoek naar een pistool.

Keanu Reeves is op zijn plaats in een film over burnout tieners die apathisch reageren, misschien niet het allerbeste compliment voor zijn acteerkwaliteiten. Films als River's Edge maken deel uit van een interessante generatie films die nog nauwelijks erkend zijn als filmgenre, nog altijd wachtend op academische ontleding. Jeugd, een drukkende sfeer en muziek die niet alleen als versterking van emoties fungeert hebben een belangrijke plaats in dit genre zonder echte meesters.

dinsdag 5 juni 2007

The Stoned Age


The Stoned Age (1994)

Een terechte titel is The Stoned Age niet, want hoewel het leven van de twee hoofdpersonen alleen om 'getting stoned, drunk and having fine chicks' gaat, is de enige drug die de film rondgaat een bodempje 'skankweed' dat niemand wil roken. En dat stellen ze vast door eraan te ruiken. De andere twee heeft The Stoned Age wel in overvloed. Het jonge rockerduo bestaande uit de gladde Hubbs en de suffe Joe rijden in hun auto door het Torrence, California van de jaren zeventig. De vriendschapsrelatie tussen de twee is een symbiotische: Hubbs is gemeen tegen Joe en gebruikt hem om zijn auto en als excuusmaatje. Joe lift mee op Hubbs' coolheid en soepele omgang met de 'chicks'. De vriendschap is voorbij zodra Joe zelfvertrouwen krijgt, maar dat heeft hij natuurlijk pas aan het einde van de film door. Ze krijgen wind van het feit dan iemand twee chicks heeft en snellen er naar toe om er sneller te zijn dan de vermeende eigenaar.


Op dit punt is het wel het vermelden waard dat The Stoned Age op zich geen interessant plot heeft, maar dat de film tot in de hoogte wordt verheven door kleine dingen. Bijvoorbeeld het feit dat de beide chicks op geen enkele manier zoet blijken te zijn en de heren net zo argeloos gebruiken als zij hen. Of de kleurrijke namen die de vrienden van de twee hebben: Tack, Crumb en een jongen wiens achternaam Hanky is; Snot-rag voor zijn vrienden, tot zijn grote ergernis. Bizar maar leuk: de 2001: A Space Odyssey parodie die zich ontvouwt als Joe een laser op zijn hoofd gericht krijgt tijdens een Blue Oister Cult concert. En natuurlijk: Als de groep stoners/rockers ergens inbreekt rent Snot-rag naar buiten met een tree bier. 'No, man! Get some tall ones!', roept de hele groep hem toe.
Het is verbazingwekkend hoe leuk een over het algemeen redelijke film kan worden door details en individuele grappen. Het zal de oplettende lezer niet ontgaan zijn dat The Stoned Age enigzins meelift op de populariteit van Dazed and Confused die een jaar eerder uitkwam. Qua genre is dat zeker waar, maar D&C is echt de spirit of the seventies en gaat stiekem niet om humor maar om persoonlijke groei. The Stoned Age gaat vol overgave voor humor en is daarom uiteindelijk misschien een minder goede film, die zich wreekt in enkele hilarische momenten.

Gastblogs

De afgelopen maanden is het hier rustig geweest, omdat ik geen tijd had om uitgebreide blogposts samen te stellen. Ik heb wel tijd gemaakt voor twee gastblogs op lost on the sidewalk, een blog met een persoonlijk karakter. Mijn twee blogpost daar hebben dan ook een meer persoonlijk overpijnzend karakter:

Gorillatech schrijft Criterion - Eerbetoon aan het prestigieuze dvd-label Criterion

Gorillatech schrijft Treasures - Eerbetoon aan de Disney Treasures dvd-collecties

Vanaf nu verschijnen er weer regelmatig blogpost op dit blog, dus hou het in de gaten.

woensdag 28 maart 2007

Alexander Senki


Alexander Senki (1997)

De grotesque stijl van Peter Chung is niet de meest toegankelijke. Zijn karakters zijn erg lang en hebben een androgeen uiterlijk. Twee jaar na zijn Aeon Flux leende hij zijn character design aan de Alexander Senki animé. Een bijzonder verhaal, want hoewel het in grote lijnen de daden van de historische figuur Alexander de Grote volgt, pikt het wel enkele animé kenmerken mee die het verhaal verheffen. Zo speelt het verhaal zich af in een vaag futuristische wereld die zich haast paradoxaal verhoudt tot de conventionele manier van oorlog die gevoerd wordt.


Door het gebruik van enkele filosofen ontleent het verhaal zijn diepgang en rode lijn. Zoals sommigen misschien weten, diende Aristoteles aan het hof van Alexander. Hij krijgt van de geest van Plato de opdracht de platohederon te beschermen, een perfect object dat perfecte kennis verleent. Hoewel er wel enige verwijzingen zijn naar complexere filosofische kwesties blijft het voor de leek begrijpelijk. Zo zegt de geest van Plato dat hij kan blijven voortbestaan als idee, waarop Aristoteles zegt: 'Nee, je weet toch dat ik jouw concept van een idee niet accepteer?' De volgelingen van Pythagoras willen voorkomen dat Alexander de platohedron bereikt, omdat hij de duivel-koning is, degene die voortbestemd is om de wereld te vernietigen, een voorspelling waar Alexander zelf ook mee worstelt. De volgelingen van Pythagoras zijn bijzonder geanimeerde shapeshifters. In de dertien afleveringen die de serie telt verricht Alexander de verschillende daden waar hij van beticht wordt, zoals het doorhakken van de Gordiaanse knoop en het stichten van zijn ideale stad Alexandrië, daarbij gesteund door zijn goddelijke krachten.


Er is een prettige balans van actie en introspectie, waardoor de serie fris en boeiend blijft. Vooral tegen het einde van de serie als, logisch ook, het verhaal begint af te wijken van de historische gebeurtenissen, komt de serie met veel interessante ideeen. Met andere woorden, een serie die het meerdere genres met succes mixt en die een rijke wereld biedt voor de kijker die de eigenzinnige stijl durft te accepteren in plaats van te emmeren over het feit dat Alexander de hele serie een string draagt.

zondag 18 maart 2007

Serial Experiments Lain


Serial Experiments Lain (1998)

Deze animé uit 1998 is schandelijk onderbelicht. Een aantal factoren veroorzaken dit. Ten eerste is de serie al wat ouder. Maar het is ook vrijwel onmogelijk om de complexe inhoud van de serie te propaganderen met de titel of de verpakking van de dvdset. Serial Experiments Lain is geen doorsnee animé, maar paradoxaal genoeg gebruikt het wel alle elementen die een animé eigen zijn om een fantastische serie te creëren. Neem bijvoorbeeld het feit dat animé's vaak gesloten series zijn, wat de schrijvers toestaat een gesloten en rond verhaal te schrijven. Amerikaanse schrijvers voor series kunnen daar alleen maar van dromen. Als een serie daar succesvol is moeten ze die blijven schrijven tot de aandacht te laag is, zo is de druk van de zender erachter. Ook wordt gebruik gemaakt van abstracte animatie om het verhaal kracht bij te zetten en zo een buitengewone wereld te fabriceren.


De hoofdpersoon, Lain, leeft in een wereld waar the wired, een variant op het internet, zo invloedrijk is dat het vrijwel een aparte wereld naast de gewone is geworden. Ze merkt dat ze in the wired veel macht heeft en het lijkt erop alsof daardoor the wired begint over te vloeien in de echte wereld. In de loop van de serie zien we veel verschillende fracties die invloed op haar proberen uit te oefenen en wordt duidelijk waarom the wired zo veel impact heeft op de echte wereld. SEL zou geen filosofische serie zijn als een dergelijke antwoord niet meer vragen oproept over bijvoorbeeld de reden van het bestaan van Lain, het bestaan van meedere versies van Lain en de hypothetische aanwezigheid van een goddelijk figuur. Dit alles vloeit logisch voort uit het verhaal en voelt niet geforceerd. De link tussen mens en technologie, waarin technologie als een verlengde wordt uitgelegd is een belangrijk thema in het verhaal. Vaak doet een aflevering denken aan het werk van David Lynch, maar met een duidelijk verschil: SEL biedt regelmatig antwoorden en het verhaal wordt beter door de vragen die deze weer oproepen. De serie is ook niet bang om van de toch al onconventionele structuur af te wijken. Een van de latere afleveringen kijkt bijna als muziekvideo, ondersteund door experimentele muziek, terwijl de willekeurige beelden je af en toe essentiele informatie wordt toegeworpen. De beelden blijken niet willekeurig, maar moeten als geheel worden gezien. Dit alles simuleert een datastroom uit the wired, waardoor je eigenlijk een kijk krijgt op de schier uiteenlopende informatie en sensaties die Lain moet onderscheiden als ze in the wired is.

Met 13 afleveringen lijkt SEL een perfecte vorm voor een kunstuiting: veel ruimte voor verhaal, de kijker hoeft het niet allemaal tegelijk te kijken, maar toch is het geheel eindig en kan het verhaal een logisch begin en eind hebben.