dinsdag 8 juli 2008

Fleischer Studios feature deel 2 - Betty Boop

Fleischer Studios was lange tijd een belangrijke concurrent van Disney. In plaats van zich eveneens te concentreren op schattige diertjes en realistisch geanimeerde situaties koos Fleischer juist voor het tegendeel: optimaal gebruik maken van de speelsheid die inherent is aan het animatiemedium met een grote hoeveelheid surrealisme. Dit gaf het bedrijf twintig jaar lang succes en bekendheid, tot het in 1941 werd overgenomen door Paramount. In deze features worden Fleischer's opmerkelijke animatieseries beschouwd en gekoppeld aan de ontwikkeling van Fleischer Studios.



Tegenwoordig kennen we Betty Boop vooral van merchandise als shirts, tassen en koffiemokken. Recent is zelfs een energiedrankje dat haar naam draagt verschenen. De meeste mensen zien Betty als een sex-symbool, maar kunnen niet echt vertellen waarom. Toch heeft dit culturele sentiment een historische oorsprong. Na het debuut van de geluidsfilm waren er vele animatiestudio's actief. De Fleischer Studio kon niet meer met alleen haar karakteristieke humor overleven. Koko de clown haalde het bij lange na niet bij karakters als Disney's Mickey Mouse en Messmer's Felix.

Na de komst van de geluidsfilm hadden de Fleischers twee series. De Screen Songs waren muzieknummers begeleidt door animatiefiguren en de zogenaamde 'bouncing ball' die de tekst aangaf. Op animatieniveau stelde de serie niet zo veel voor. Het ging hier vooral om simpel vermaak met populaire nummers, de meeste waarvan tegenwoordig niet de moeite waard zijn. In de jaren dertig speelden echter enkele jazz muzikanten voor de Screen Songs en dit legde vermoedelijk contacten tussen de Fleischers en de New Yorkse jazz scene, die later van belang zullen blijken.


Any Rags (1932)


Old Man of the Mountain (1933)

Tegelijk met de Screen Songs starte in 1929 de Talkartoons. Hoewel de Screen Songs erg succesvol waren, voelden de Fleischers het verlangen om zich te meten met Disney in ware animatieshorts. Koko's honden-compaan Fitz uit de latere Out of the Inkwells kreeg een radicale make-over en werd Bimbo, de ster van de Talkartoons. Bimbo was een brutaal en dominant karakter, bedoeld om zich te kunnen meten met sterkarakters van andere animatiestudio's. Ook Koko kwam uit pensioen om de Talkartoons te versterken.
In Dizzy Dishes (1930) debuteerde Bimbo's vriendinnetje Betty Boop. Ze was gedesigned door Grim Natwick naar het uiterlijk van zangeres Helen Kane. Aanvankelijk was ze nog een poedel, maar ze bezat de nodige sexappeal. Ze was het eerste vrouwelijke animatiekarakter dat er beduidend vrouwelijk uitzag. In die tijd zag men regelmatig de onderbroek Minnie Mouse, maar bij Betty Boop werd dit innuendo van voorzien van echte lading: iedereen wilde Betty's ondergoed zien. De Fleischers zagen Betty's populariteit stijgen en veranderden haar in een volledig mens. Ze kreeg steeds meer een centrale rol in de Talkartoons tot deze in 1933 plots werden stopgezet.
Volgens de censuurwetten van de Production Code kon Bimbo niet meer het vriendje van Betty zijn, omdat dit bestialiteit zou impliceren. Als gevolg hiervan verdween Bimbo van toneel en kreeg Betty haar eigen serie: de Betty Boop Cartoons.



I'll be Glad When You're Dead You Rascal You (1932)

De Betty Boop shorts bereikten een niveau van sexueel innuendo dat pas in de jaren zeventig geëvenaard zou worden. Ondanks haar sexualiteit was Betty nogal meisjesachtig en dit uitte zich in haar speelsheid met mannen. Regelmatig werd gesuggereerd dat een villain Betty wil verkrachten, een nu nog ongekende gebeurtenis in komische animatiefilms. Middels de bekende Fleischer transformatiegrappen pogen zelfs af en toe niet levende objecten als meubels Betty van haar jurkje te ontdoen. Nu klinkt dit misschien nogal vrouwonvriendelijk, maar Betty was ook behoorlijk zelfstandig en bewust van haar effect op mannelijke figuren.
Met name de Talkartoons schetsten een bizar universum waarin Betty meestal de enige mens is in een veelal door antropomorfische dieren gevulde wereld waar alles lijkt te leven, van boten tot bliksem en de zon.
Neem bijvoorbeeld het absurdisme van Old Man of the Mountain (1933), waarin alle dieren angstig uit het bos vluchten voor de old man of the mountain. Betty besluit om hem de les te gaan lezen. Bergopwaards springt een vis uit een waterplas en loopt verlekkerd achter Betty aan, om vervolgens te worden weggesleurd door zijn echtgenote. De Old Man blijkt een bovenmenselijk sterke gerotoscopete Cab Calloway te zijn, alle karakters zingen hun dialoog op de maat van Calloways nummer. Ondertussen wordt geimpliceerd dat de oude man een koe heeft verkracht en heeft opgezadelt met drie bebaarde koters.
Betty werd in haar hoogtijperiode bijgestaan door muziek van bekende jazz muzikanten als Cab Calloway en Louis Armstrong. Dit droeg bij aan Betty's hippe jazzy imago. Ondertussen was Betty populairder dan Disney's shorts, met name omdat de humor meer op volwassenen was gericht omdat die vaker de bioscoop bezochten. Af en toe verschijnt in die tijd een sullig muisje, wellicht is dit een parodie op Disney's Mickey Mouse.
De Fleischers kozen zelfs Betty Boop om in hun eerste kleurenfilm te spelen: Poor Cinderella (1934) Vanuit deze short lanceerde de Fleischer Studio de nieuwe serie Color Classics.


Any Rags (1932)


Betty Boop's May Party (1933)

Helaas trok Betty's succes ook censuur aan. De National Legion of Decency en de Production Code maakten sexualiteit taboe: Betty ging van vlotte onafhankelijke vrouw naar ongeëmancipeerde huisvrouw. Om dit moederlijke karakter te stimuleren werd het kindfiguur Henry geïntroduceerd. Zelfs Betty's karakteristieke jurkje werd gekuisigd. Hoewel de kwaliteit niet onmiddelijk achteruit ging, bleek deze censuur uiteindelijk wel de doodstrop voor de populariteit en de creativiteit rond het karakter. In 1939 verscheen de laatste Betty Boop short.
Analoog aan het succes van Betty Boop produceerden de Fleischers de Popeye serie, die minstens zo populair was.

Volgende Fleischer feature: Popeye

1 opmerking:

Chris Stapper zei

Prachtige post! En eens te meer een reden waarom censuur niet zou moeten mogen. Of in ieder geval niet te snel. Ik heb nooit geweten dat Betty Boop zo vernieuwend was, maar tegen bovenstaande achtergrond worden haar filmpjes ineens heel interessant.

Gelukkig was ik me toen ik voor het eerst naar een Betty Boop filmpje keek niet bewust van de aanwezige suggesties. Of tenminste, dat denk ik achteraf (geschiedenis is retrospectief?).

Ik kijk zeker uit naar de volgende les in animatiegeschiedenis!